Oefeningen waarbij je een vinger inbrengt

Oefen maximaal 1x per week. Het belangrijkste is dat je hierbij geen pijn ervaart, want dan spannen je spieren zich en verergeren de pijnklachten.

Het is niet vanzelfsprekend dat je iedere keer vooruitgang merkt, hou rekening met een tussentijdse terugval. Soms moet je een stapje terug doen om uiteindelijk vooruit te komen. Luister naar je lichaam en respecteer je grenzen.

  1. Visualiseer dat je iets (een tampon of vinger) in je vagina brengt. Wat roept dit bij je op? Wat voel je? Wat gebeurd er? Benoem al deze reacties.
  2. Stop een vinger in je mond en voel met je vingen aan de huid van de binnenkant van je mond. De huid van je vagina lijkt hier namelijk veel op en zo kan je alvast aan het gevoel wennen.
  3. Leg je vingertopje zachtjes tegen de ingang van je vagina aan (nog niet naar binnen brengen). Ga na of je je bekkenbodemspieren of andere delen van je lichaam aanspant. Probeer deze spieren te ontspannen. Het kan helpen om hardop te zeggen wat je opmerkt in je lijf.
  4. Breng een vinger een heel klein stukje in en concentreer je op wat er in je lichaam gebeurd / wat je voelt. Merk je bijvoorbeeld dat je bepaalde spieren aanspant? Of merk je dat je het eng vind?
    Merk al je reacties op en spreek ze hardop uit (hierdoor erken je ze voor jezelf).
  5. Doe deze oefening liggend. Breng een vinger in zo ver als mogelijk. Beweeg hierna je bekken op en neer. Je zult merken dat je vinger hierdoor automatisch dieper komt en dat de spanning afneemt.

Zodra je 2 vingers in kan brengen, kan je overwegen een stap verder te gaan. Ook kan je oefeningen met een vibrator of dillator.