Vaginisme oplossen

Hier leert je hoe je je bekkenbodemspieren beheerst en beter kan gebruiken.

Mogelijke onderwerpen:

  • Ademhalingstechnieken
  • Ontspanning van de bekkenbodemspier
  • Bekkenbodemspieren sterker maken (overbelaste spieren zijn vaak slap)
  • Theoretische kennis over de bekkenbodem

Het nadeel is dat penetratie na verloop van tijd technisch vaak wel haalbaar is, maar dat lang niet alle vrouwen dan ook niet genieten van de penetratie.

Er zijn bekkenbodemtherapeuten met een 3 jarige opleiding en bekkenbodemtherapeuten met een 5 jarige opleiding. Deze laatste groep kan ook inwendig behandelen.


Gesprekken met een seksuoloog kunnen je meer inzicht geven in hoe je vaginisme tot stand is gekomen en wat je vaginisme op dit moment in stand houd.

Mogelijke gespreksonderwerpen:

  • Seksualiteit bij vrouwen en mannen.
  • Hoe je tegen seksualiteit aankijkt/ hoe je seksualiteit beleeft.
  • Nagaan wat er in je lichaam gebeurd bij spanning.
  • Dichter bij je gevoel komen.
  • Relatietherapie.

Iedereen mag zichzelf seksuoloog noemen. Als je kiest voor een seksuoloog die is aangesloten bij de NVVS dan weet je zeker dat iemand echt is geschoold als seksuoloog.

Sommige ziekenhuizen hebben een bekkenbodempoli. Hier werken uroloog (blaasklachten) maag-darmleverarts en/of darmchirurg, bekkenfysiotherapeut en seksuoloog samen.

Andere ziekenhuizen hebben een vulvapoli Dit is meestal een samenwerking tussen dermatologen en gynaecologen.

Als je vermoed dat vaginisme bij jou een lichamelijke oorzaak heeft is een lichamelijk onderzoek aan te raden. Bij dyspareunie speelt er regelmatig ook een lichamelijke oorzaak mee en ook daarom is een lichamelijk onderzoek verstandig. Dit onderzoek kan door een huisarts of gynaecoloog gedaan worden.
Er zijn veel vrouwen voor wie het onderzoek traumatisch was. Dit komt onder meer doordat niet iedere arts even goed met seksuele klachten overweg kan. Waardoor dit komt staat o.a. beschreven in het boek Vrij met Seks van Mirjam Scholten.

Bij een lichamelijk onderzoek worden de schede en baarmoedermond bekeken. Meestal lig je met je benen gespreid op een onderzoeksbank. Let erop dat je ontspannen kunt liggen.

Soms krijg je een eendenbek ingebracht. Dit is een instrument om de ingang van de vagina een stukje open te houden. Vraag altijd om de kleinste eendenbek. Ook kan de arts een of twee vingers in brengen om zo de bekkenbodem, de baarmoeder en eierstokken te kunnen onderzoeken. Het kan helpen om je tijdens het onderzoek op je ademhaling te focussen.

Vraag eventueel om een spiegel zodat je mee kunt kijken. Laat de arts uitleggen wat hij of zij doet. Stop direct als het pijnlijk is.

Neem eventueel je partner mee als je dit prettig vind.

Zorgt voor meer ontspanning in je gehele lijf. Haptonomie brengt je dichter bij je gevoel en geeft je meer inzicht in de wisselwerking tussen lichaam en geest. Ook helpt haptonomie bij het doorbreken van een vicieuze cirkel bij stress-gerelateerde pijn.
Mocht je al bij het maatschappelijkwerk in behandeling zijn voor een andere problematiek dan kan je eens proberen om het daar over je vaginisme te hebben. Veel maatschappelijkwerkers weten zelf niet goed raad met seksuele klachten, maar ze kunnen je wel goed doorverwijzen naar andere hulpverleners in de buurt. Enkele maatschappelijke werkers kunnen wel goed overweg met seksuele problemen, mogelijk tref je zo'n maatschappelijk werkster. 

Vaak zijn fysieke en psychische klachten verbonden aan gebeurtenissen/trauma’s die je hebt meegemaakt in jouw leven, of die een van jouw ouders of grootouders heeft meegemaakt. Van de gebeurtenissen/trauma’s die jouw voorouders hebben meegemaakt ben je je niet altijd bewust. Door de intense verbondenheid met onze ouders kan je onbewust de bij hun horende gevoelens overnemen en daardoor klachten ontwikkelen.

In een familieopstelling onderzoek je hoe jouw klachten verbonden zijn met jouw systeem van herkomst, ontdek je verstrikkingen (wat is er van jou en wat hoort er bij je voorouders) en vind je jouw weg naar een oplossing.

In een traumaopstelling is jouw verlangen het startpunt. In de opstelling wordt gewerkt met de dynamiek tussen drie delen van jouw persoonlijkheid: het traumadeel, het overlevingsdeel en het gezonde deel. Doordat het traumadeel gezien en erkend worden zet je een stap in jouw interne heling.

Een familieopstelling kan ook nuttig zijn als je geen oorzaak voor je vaginisme kan vinden.

Brengt het zelf-genezend-vermogen weer op gang. Bij Reiki wordt 'liefdevolle energie' via de handen van de behandelaar naar je lichaam gestuurd. Waar deze energie naar toe stroomt wordt datgene wat ziekte veroorzaakt of herstel in de weg staat opgelost zodat het uit ons systeem kan verdwijnen.
Is geschikt om het lichamelijke contact tussen partners te herstellen. Biodanza werkt aan een aangenaam lichamelijk contact tussen mensen in alle veiligheid. Het contact kan je zelf bepalen, de context wordt voor je geschapen met speelse oefeningen en muziek. Bij biodanza is er een onuitgesproken grens dat het niet seksueel wordt al is die grens ook niet zo heel duidelijk.
Methode waarin je irreële gedachten over seks om leert zetten in reëlere gedachten. Bij RET spelen zowel het verstand als het gevoel een belangrijke rol. RET gaat ervan uit dat het niet de problemen zelf zijn die het ons moeilijk maken, maar de manier waarop we tegen deze problemen aankijken.

Brengt je weer in contact met je oorspronkelijke levenslust en energie. Lichaamsgerichte Psychotherapie gaat ervan uit dat lichaam, gedachten, emoties en gevoelens samenhangen.  Door het niet uiten van emoties ontstaan er blokkades in je lichaam.

Belangrijke onderdelen:

  • Bewegen: om de spierspanningen te verminderen. 
  • Uiten: om je emoties naar buiten te brengen
  • Ademhalen: om beter te kunnen voelen.

Bij haptotherapie gaat het om jouw verbinding met je lichaam en om het contact met anderen. Haptotherapie helpt je om je eigen lichaam te voelen en te herontdekken hoe je daar met zorg mee omgaat. Daarnaast kijk je wat er gebeurt als je aangeraakt wordt (door een ander).

Bij vaginisme reageert het lichaam op intieme aanrakingen met sluiten/dichtgaan. Dit gebeurt niet als keuze maar als reflex, ook al wil je zelf anders. Ooit was deze reactie zinvol. Het is belangrijk dat je dit leert accepteren als een vorm van bescherming van je eigen integriteit. Dit kan helpen om de vicieuze cirkel te doorbreken, maar lost het vaginisme niet meteen op.

Het is zinvol om te kijken naar je lichamelijke en seksuele ontwikkeling in brede zin; ook hoe je gaandeweg je ontwikkeling vertrouwd bent geraakt met je eigen lijf, of juist niet. Dat kan helpen om inzicht krijgen in waarom het nu gaat zoals het gaat.

Vervolgens ga je je lijf (opnieuw) te ontdekken, in het tempo dat bij jou past. De therapeut raakt je aan om contact te maken. Dat kan je helpen om zelf lijfelijk meer te gaan voelen en het kan voelbaar maken wat er gebeurt in contact met een ander. Zo ga je de reactie van sluiten herkennen. De haptotherapeut nodigt in haar aanraking uit om weer contact te maken, ook als het lichaam eerst “nee” zegt. Het is belangrijk dat dit met respect en sensitief stap voor stap verloopt. Het is nooit de bedoeling iemand over de grens te duwen of te forceren. Contact is hierbij het sleutelwoord. Eigenlijk leer je dat je zelf eerst de deur van je huis kan opendoen voordat je iemand binnen laat.

Niet alle aandacht is gericht op het bekkengebied. Het gaat vooral om vertrouwder te worden met het hele lijf, waarbij de buik, bekken en benen over het algemeen wat moeilijker terrein zijn.

Helpt onder andere bij:

  • Moeite met het aangeven van grenzen.
  • Problemen met intimiteit.
  • Relatieproblemen.
  • Verwerking van een trauma.




Voorbereiding op gesprek met hulpverlener

  1. Wanneer voel je pijn (bij bepaalde houdingen, verergert het op een bepaald moment in je cyclus) ?
  2. Waar voel je de pijn?
  3. Wat voor soort pijn voel je (zeurend, stekend, dof, scherp of branderig) en hoe lang houd deze aan?
  4. Sinds wanneer heb je last van deze pijn?
  5. Zijn er situaties waarin de pijn minder is?
  6. Ben je opgewonden tijdens het vrijen?
  7. Ben je gespannen tijdens het vrijen?
  8. Wat gaat er door je heen op het moment dat je denkt aan penetratie?
  9. Is er een verschil tussen het inbrengen van een tampon/ eigen vingers/ vingers partner/ penis?
  10. Heb je ook problemen met je darmen/ blaas?
  11. Heb je vervelende ervaringen met seksualiteit of een inwendig onderzoek?
  12. Heb je meer afscheiding dan normaal?